Zorgvisie


In onze school is het belangrijk dat elk kind zich goed voelt en graag naar school komt. We streven er als schoolteam naar een goede sfeer te scheppen, waarin voortdurend aandacht besteed wordt aan de eigenheid van elk kind in zijn ontwikkeling.
Vanuit onze visie dat elk kind een rijk individu is, met talenten en noden, gaan wij als school het engagement aan om extra zorg te besteden aan “al onze leerlingen”. Dit betekent dat wij oog hebben voor de cognitieve prestaties, de sociaal emotionele en de psychomotorische ontwikkeling van elk kind, rekening houdend met hun eigenheid en persoonlijkheid. De uitdaging is om iedereen zoveel mogelijk aan te spreken op zijn mogelijkheden en de nodige kansen te bieden deze te herkennen, benoemen, verruimen, verdiepen en verder te ontwikkelen.

1. Zorgcontinuüm

Het zorgbeleid wordt gevoerd vanuit een visie op zorg. Deze visie is gebaseerd op het zorgcontinuüm. Door te werken met een duidelijke visie weten alle teamleden wat er van hen verwacht wordt.

1.1 Fase 0: preventieve basiszorg

Bovenaan in het continuüm van zorg staat de preventieve basiszorg. Het is de opdracht van elke school om de maximale ontwikkeling van alle leerlingen te stimuleren en problemen zoveel mogelijk te voorkomen.
In een veilig pedagogisch klimaat ontwikkelen leerlingen een realistisch en positief zelfbeeld en wordt positieve ingesteldheid verhoogd. De leerkrachten houden zoveel mogelijk rekening met het ontwikkelingstempo, de individuele mogelijkheden en de achtergrond van elke leerling. De leerkrachten stellen ambitieuze, realistische en haalbare doelen (volgens het curriculum) op en geloven in de groeimogelijkheden van elke leerling. Dit houdt in dat de leerling op regelmatige basis feedback krijgt over specifieke doelen, kennis of vaardigheden. Om dit te verwezenlijken volgt de klasleerkracht systematisch alle leerlingen op door middel van klaseigen en methodegebonden toetsen, LVS, observaties,….
Er wordt rekening gehouden met de competenties van de leerlingen door te differentiëren naar tempo of naar doel. Denk hierbij aan het differentiëren op drie niveaus namelijk: de instructieonafhankelijke leerlingen, de instructiegevoelige leerlingen en instructieafhankelijke leerlingen.

1.2 Fase 1: Verhoogde zorg

Als we ondervinden dat de ontwikkeling van een leerling niet vlot, ondanks het creëren van een krachtige leeromgeving en de afstemming van behoeften van de leerling zoals beschreven in de brede basiszorg, bespreken we tijdens het zorgoverleg met de klasleerkracht, de zorgleerkracht en de zorgcoördinator welke stappen we samen kunnen zetten om het ontwikkelingsproces een stimulans te geven. In deze fase zoeken we oplossingen en manieren van aanpak die kunnen gerealiseerd worden binnen de reguliere werking en omkadering van onze school en dit in samenwerking met de ouders. Het evalueren en registreren van deze interventies gebeurt in Smartschool.
Om tot goede interventies te komen in de fase van de verhoogde zorg staan de volgende elementen centraal:
• De onderwijsbehoeften worden zo goed mogelijk bepaald.
• Alle partners worden betrokken: leerkracht, ouders, leerlingen.
• Er wordt breed gekeken.
• De maatregelen worden concreet beschreven.
• Er wordt gestreefd naar succeservaring.
• Er wordt rekening gehouden met de onderwijsbehoeften van de klasleerkracht en de ouders.

Alle interventies blijven erop gericht dat de leerling de aansluiting met de klasgroep niet kwijtgeraakt.

1.3 Fase 2: Uitbreiding van zorg

Voor sommige leerling volstaat de verhoogde zorg niet meer. De huidige begeleiding van de leerling in de schoolse situatie dreigt vast te lopen. De ouders en het schoolteam voelen aan dat hun inspanningen geen of onvoldoende resultaat opleveren. Het schoolteam heeft nood aan bijkomende inzichten in de onderwijsleersituatie. Daarom wordt besloten het CLB te betrekken bij de individuele probleemanalyse.
Op een multidisciplinair overleg ( klasleerkracht, zorgleerkracht, zorgcoördinator, CLB-medewerker en eventueel externe hulpverleners ) worden verdere acties geconcretiseerd. De interne en de externe ondersteuning en hulpverlening worden op elkaar afgestemd.
Na diagnose van externe instanties worden er verder, meer specifieke leermaatregelen getroffen voor leerlingen met een leerprobleem, een leerstoornis of een ontwikkelingsstoornis. Er kan therapie opgestart of uitgebreid worden.
Soms wordt er gekozen voor redicodi-maatregelen (remediërende, compenserende en dispenserende maatregelen ). De leerling kan met aangepaste maatregelen het getuigschrift basisonderwijs behalen. Er kan ook gekozen worden voor curriculumdifferentiatie. Hierbij wordt een leerling vrijgesteld van bepaalde delen van het gemeenschappelijk curriculum. In overleg wordt dan bepaald of de leerling nog het getuigschrift kan halen of het getuigschrift behaald kan worden na het eerste jaar B van het secundair onderwijs.

1.4 Fase 3: Individueel aangepast curriculum

Wanneer blijkt dat de aanpassingen die nodig zijn om de leerling binnen de school en het gemeenschappelijk curriculum mee te nemen, ofwel disproportioneel, ofwel onvoldoende zijn, wordt voor de leerling een verslag opgesteld door het CLB. Op basis van dat verslag heeft de leerling inschrijvingsrecht in het buitengewoon onderwijs of kan het zich onder ontbindende voorwaarden inschrijven in het gewoon onderwijs. In beide gevallen krijgt de leerling een individueel aangepast curriculum aangeboden.

1.5 Handelingsgericht werken

Handelingsgericht werken is een systematische manier van werken die gebaseerd is op de uitgangspunten van handelingsgerichte diagnostiek. Deze manier van werken vormt het referentiekader binnen het zorgcontinuüm om de interne werking van de school te optimaliseren. Het handelingsgericht werken biedt een kader voor wie betrokken is bij de zorg op school. Het bundelt alle aspecten van het zorgbeleid en alle fases van de zorg. De zeven uitgangspunten vormen de essentie van handelingsgericht werken. Ze vormen de criteria waaraan men de werking binnen het bovenstaande zorgcontinuüm kan aftoetsen. Op die manier wordt zowel de remediërende als de preventieve aanpak handelingsgericht.

1.5.1 Ondersteunings- en onderwijsbehoeften
Als schoolteam vragen we ons af wat een groep/een leerling nodig heeft om een vooropgesteld doel te bereiken. We bepalen het gewenste aanbod, de aangewezen aanpak voor een groep/een leerling. Daarnaast richten we ons ook op de ondersteuningsbehoeften van de leerkracht of de ouders. Wat zijn hun vragen en waaraan hebben zij behoefte? Wat hebben zij nodig om een kind goed te begrijpen en te ondersteunen.

1.5.2 Afstemming en wisselwerking tussen het kind en zijn omgeving
Voortdurend is er een wederzijdse beïnvloeding tussen de leerling en zijn omgeving, tussen de leerling en zijn context. We zijn ons bewust van onze eigen invloed als iets werkt of niet werkt. We reflecteren over de kwaliteit van de afstemming van onze eigen aanpak, ons aanbod op de onderwijsbehoeften van de leerlingen. We proberen elk probleem in zijn context te plaatsen: ‘deze leerling van deze ouders, in deze klas, bij deze leerkracht, in deze school heeft een moeilijkheid, hoe kunnen we dat aanpakken?’ De context kennen, geeft handvatten om te handelen. Dit gaan we gericht gebruiken bij het formuleren van adviezen. We hebben respect voor verschillen tussen leerkrachten, ouders, kinderen. Een advies zal daarom altijd op maat zijn en komt tot stand na overleg met de verschillende partners.

1.5.3 Doelgericht
Het team formuleert doelen met betrekking tot leren, werkhouding, leren leren en sociaal-emotioneel functioneren. Het gaat hierbij zowel om korte als lange termijndoelen.

1.5.4 De leerkracht doet ertoe
Leerkrachten bieden kwaliteitsvol onderwijs aan en leveren daarmee een bijdrage aan een positieve ontwikkeling van leerlingen. Met dit uitgangspunt willen we het belang van de rol van de leerkracht zichtbaar maken. De leerkracht is degene die onderwijs op maat kan maken en zoveel mogelijkheden tot handelen heeft. Zij/hij kan door extra aandacht, inzetten van aangepast leermateriaal en betekenisvolle taken een positief effect hebben op zowel leerprestaties als het sociaal-emotioneel functioneren van leerlingen.

1.5.5 Positieve kenmerken
Positieve aspecten van leerlingen, leerkracht, school en ouders bieden perspectieven: dat wat goed gaat willen we verder uitbouwen in ons plan van aanpak. We betrekken positieve kenmerken in het formuleren van doelen. Aandacht voor het positieve biedt tegengewicht aan het vormen van een al te negatief, problematisch beeld. We spreken kinderen, ouders, leerkrachten aan op hun sterke kanten.

1.5.6 Constructieve samenwerking
Leerkrachten, ouders, CLB en kind zijn volwaardige partners. Ze participeren elk vanuit hun eigen deskundigheid. We bepalen samen de beeldvorming, de doelen en de onderwijsbehoeften. We evalueren samen en sturen bij. We streven ernaar om als team complementair samen te werken. We werken constructief samen met schoolexterne diensten.

1.5.7 Systematisch en transparant
Elke handeling, elke stap moet nodig en nuttig zijn in functie van het afgesproken doel. We bepalen waarom welke informatie nodig is om efficiënt te handelen. Er gebeuren enkel onderzoeken wanneer die noodzakelijk zijn om de onderwijsbehoeften verder te bepalen. Het resultaat van goed overleg is een advies dat antwoord geeft op de hulpvraag, voor alle partijen wenselijk en haalbaar is en door iedereen kan gedragen worden.