|
Eerste Graad
In de eerste graad worden de resultaten van je werk weergegeven in de rapporten Dagelijks Werk (4 maal per jaar).
Je krijgt dan het resultaat van je dagelijkse toetsen, je huistaken en andere opdrachten.
Voor de meeste vakken worden er op het einde van ieder trimester proefwerken georganiseerd.
Voor de vakken Godsdienst, Muzikale Opvoeding, Plastische Opvoeding,
Lichamelijke Opvoeding en Technologische Opvoeding worden geen proefwerken ingericht.
Voor deze vakken werken we met gespreide evaluatie.
Dit wil zeggen dat enkel alle resultaten van je dagelijks werken over heel het schooljaar tellen.
Alle resultaten van je inzet en werken worden op honderd weergegeven. De resultaten worden niet opgeteld om een gemiddelde uitslag te bekomen.
Er worden ook geen klasgemiddelden of medianen berekend.
Tweede en Derde Graad
In onze school zijn er in de ASO- en TSO-studierichtingen twee soorten vakken: examenvakken en vakken met gespreide evaluatie . In de tweede graad zijn er voor de hoofdvakken drie examenreeksen voorzien, voor de andere vakken zijn er twee examenreeksen. In de 3 e graad hebben alle vakken twee examenreeksen.
In BSO-richtingen zijn er enkel vakken met gespreide evaluatie. Daar zijn er dus geen examenreeksen meer.
Op het rapport worden alle cijfers gemakshalve op 100 punten weergegeven.
1 Examenvakken: dagelijks werk
Taken, toetsen, opdrachten ... zijn middelen om je te helpen de leerstof zo goed mogelijk te verwerken. De resultaten van dat dagelijks werk komen vier keer per jaar op het rapport : de exacte data werden meegedeeld in de nieuwsbrief van het eerste trimester.
De cijfers voor dagelijks werk zijn belangrijk. Samengeteld tellen ze voor examenvakken mee voor 30% van het totaalcijfer.
2 Examenvakken: examens
Examens dienen vooral om na te gaan of je ook grotere stukken leerstof aankunt. Bovendien leren examens jou en ons heel wat over je studiemogelijkheden. Er zijn twee reeksen examens : net vóór Kerstmis en in juni. Samengeteld tellen de proefwerken mee voor 70% van het totaalcijfer.
Het aandeel van elk cijfer dagelijks werk en van elk examen in het totaal hangt af van het aantal lesweken waarop dat cijfer betrekking heeft:
Dagelijks werk:
- eerste cijfer dagelijks werk telt mee voor 6% van het totaal
- tweede cijfer dagelijks werk telt mee voor 6% van het totaal
- derde cijfer dagelijks werk telt mee voor 9% van het totaal
- vierde cijfer dagelijks werk telt mee voor 9% van het totaal.
Totaal dagelijks werk: 30%.
Vakken met twee examens:
- eerste examencijfer telt mee voor 28% van het totaal
- tweede examencijfer telt mee voor 42% van het totaal.
Vakken met drie examens:
- eerste examencijfer telt mee voor 28% van het totaal
- tweede examencijfer telt mee voor 21% van het totaal
- derde examencijfer telt mee voor 21% van het totaal.
Totaal examens: 70 %.
3 Vakken met gespreide evaluatie
Deze vakken worden gespreid geëvalueerd, dit wil zeggen het hele jaar door . Voor deze vakken zijn er geen examens meer, maar tellen de taken, toetsen, opdrachten … mee die je in de loop van het jaar maakt. Het resultaat van je inspanningen wordt vier keer per jaar in een rapportcijfer omgezet: de exacte data worden meegedeeld in de nieuwsbrief van het eerste trimester.
Omdat een deliberatie maar gefundeerd kan gebeuren als er voldoende gegevens zijn, moet je voor elk vak dat gespreid wordt geëvalueerd vier cijfers hebben. Voor wie lang afwezig is geweest of voor éénuursvakken kan de klassenraad een uitzondering maken.
Het aandeel van elk cijfer dagelijks werk in het totaal hangt voornamelijk af van het aantal lesweken waarop dat cijfer betrekking heeft:
- eerste cijfer dagelijks werk telt mee voor 18% van het totaal
- tweede cijfer dagelijks werk telt mee voor 22% van het totaal
- derde cijfer dagelijks werk telt mee voor 25% van het totaal
- vierde cijfer dagelijks werk telt mee voor 35% van het totaal.
4 Gewicht van de vakken op het eindtotaal
Bij elk rapport krijg je ook een algemeen totaal . Voor die algemene totalen krijgen de vakken een ‘gewicht' volgens het aantal lesuren . Het aandeel van een vieruursvak is bv. vier keer groter dan het aandeel van een éénuursvak.
5 Tussentijdse beoordeling van de klassenraad
Eind oktober is er een eerste klassenraad om je eerste rapportcijfers en vorderingen te bespreken. Daarnaast formuleert de klassenraad in december en in maart een tussentijdse beoordeling van je prestaties en cijfers. De klassenraad wil daarmee eventuele studieproblemen opsporen en signaleren.
In december en in maart krijg je naast je gewone rapportcijfers per vak ook een deeltotaal , d.w.z. de voorlopige stand van zaken voor dat vak (dagelijks werk én desgevallend examen).
6 Aangroeirapport
Bij elk nieuw rapport worden de al behaalde cijfers opnieuw mee afgedrukt . Zo bekomen we op het einde van het schooljaar een mooi, volledig overzicht.
7 Leer en leefhouding
Bij elk rapport worden op een apart blad ook je attitudes beoordeeld. In bijlage staat afgedrukt op w elke attitudes en concrete attitudegedragingen je wordt beoordeeld.
Op het rapport is een apart blad voorzien voor commentaar bij je prestaties en houding.
Wanneer er ernstige problemen zijn i.v.m. je leef- of leerhouding, krijg je een begeleidingsplan . Je wordt dan gedurende een aantal weken elke les gecontroleerd op maximum vijf aandachtspunten. Als je een begeleidingsplan krijgt, worden je ouders hiervan via je agenda én telefonisch verwittigd.
|